TUSSENSTAND I-IV 01.03.2010

Solotentoonstelling van Ine Schröder

Opening: zaterdag 6 maart 17.00u
Openingswoord: Ben van Melick (publicist/uitgever)


Tentoonstelling: Zondag 7 maart - Zondag 4 april 2010
Open: vrijdag - zondag 13u-17u
(of op afspraak per mail:
This e-mail address is being protected from spambots, you need JavaScript enabled to view it This e-mail address is being protected from spambots, you need JavaScript enabled to view it )

het kleine
laat zich groot denken,
in het grote gaat het
kleine schuil

(Henriëtte Heezen)
De werkpraktijk van beeldend kunstenaar Ine Schröder bestrijkt nu al zo’n kleine dertig jaar. Bekendheid heeft Schröder
vooral verworven met houtsculpturen. Formaten doen er niet veel toe. Soms hebben haar werken het karakter van
monumentale architecturen. Zoals Belvédère (2006), Schröders bijdrage aan de openingsmanifestatie van het
stadsuitbreidingsgebied op de voormalige stortplaats bij Maastricht. In de regel gaat het echter om kleine constructies:
verbluffend eenvoudige miniaturen “van kierende makelij” (Tonie Ehlen), die steevast zijn vervaardigd uit alledaagse
materialen als dunne latjes balsahout, plankjes, stukjes triplex of restanten van eerdere bouwsels. In ruimtelijke installaties
als Okerlicht en Horizon (1994, Kunstencentrum Sittard) verschijnen ze met tientallen tegelijk op de muur of op de vloer.
Door elkaar aan te vullen en op elkaar in te werken, openen ze als het ware een tijdloze ruimte waarin je als bezoeker kunt
dwalen en je overgeven aan je fantasieën.

Tekenend voor al deze werken is de openheid en flexibiliteit die ze tonen ten opzichte van andere werken. Ze kennen vaste
plek noch vaste vorm. Na weken wordt er opeens een stuk afgezaagd of iets aangeplakt. De werken zijn met andere
woorden zelden ‘af’. Dat geldt zeker ook voor TUSSENSTAND I-IV, het nieuwe werk dat Schröder in Hedah zal realiseren.
I en IV staan voor de 4 weken van de duur van de tentoonstelling, tijdens welke de kunstenaar ter plekke zal werken en er
dus veranderingen zullen optreden. Het werk, dat na afloop van de tentoonstelling weer uit elkaar zal worden gehaald,
ontleent zijn bestaansrecht niet aan duurzaamheid, maar aan de fysieke aanwezigheid in de ruimte op een bepaald
moment. Na deze ‘tijdelijke uitspraak’ leeft het verder als idee.

Werken van Schröder waren eerder te zien in Hedah in 1996/97 en onlangs tijdens de groepstentoonstelling Jeugdzonde.
Bij uitgeverij Huis Clos verscheen in december 2009 het boek Ine Schröder, met teksten van Henriëtte Heezen
(kunsthistoricus, voormalig hoofdredacteur Metropolis M), Suzanna Héman (conservator Stedelijk Museum Amsterdam),
Mique Eggermont (adviseur beeldende kunst Atelier Rijksbouwmeester), Herman Hertzberger (architect en publicist),
Sytze Steenstra (filosoof), Marjan Groot (docent kunstgeschiedenis Universiteit Leiden), Nic. Tummers (beeldend
kunstenaar en architectuurpublicist), Jo Coenen (architect), Tonie Ehlen (pianist), Helga Scholl (kunsthistoricus),
Ferdinand van Dieten (galeriehouder) en Michael O’Brien (dichter). Het boek, dat werd vorm gegeven door Piet Gerards
Ontwerpers, zal gedurende de duur van de tentoonstelling bij Hedah te koop worden aangeboden.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Uit: Ine Schröder
Huis Clos, Rimburg 2009
Fotografie: Bart Sorgedrager, Amsterdam

Van kierende makelij

Misverstanden zijn er gauw, men kijke dus uit voor snelle conclusies. Maar toen ik als studente aan het Maastrichts
Conservatorium in 1966 mijn eerste kamer betrok, aan de Looiersgracht, was er buiten de kleine Yamaha-vleugel die
ik met hulp van mijn moeder kon kopen, niet veel ruimte, financieel dan, voor andere noodzakelijkheden. Maar niet
alleen daarom, ook omdat beeld en denkbeeld me aantrokken, hing ik sinaasappelkistjes aan de muur, bij wijze van
boeken- en grammofoonplatenkast. Zulke kistjes, rood of groen geschilderd, hebben ook nog een tijdje dienst gedaan
als zitmeubel. Zo leefde ik tussen twee verschijnselen met nogal uiteenlopende visuele en, in het geval van de vleugel
ook nog, akoestische kracht. Eenvoudige houten vormen, ruw, splinterig, sober, armoedig-mooi. En het glanzende
zwarte, zware, in zichzelf rustende, maar op zijn beurt ook op de muziek leunende – zonder die lichaamloze muziek is
het niets – lichaam van mijn instrument. Het is, denk ik, wel typerend gebleven voor mijn ‘esthetica’.
In ieder geval voor een fundamentele spanning daarin.
Het omgekeerde is ook waar. In die houten kastjes, van de allereenvoudigste ‘kierende’ makelij, hangt nog altijd iets
van wat ik mooi vind. Mooi op de rand van het ‘anders-functionele’, en door die andere, niet oorspronkelijke functie
bijna overvraagd. Maar toch ook respect afdwingend.


Solotentoonstelling van Ine Schröder

Misverstanden zijn er gauw, zoals gezegd. Met het bovenstaande heb ik niet willen zeggen dat dit kleine werk van hout,
spijkertjes en blauwe verf, dat in de Alexander Battalaan bij de grote vleugel van veel later hangt, zich met een sinaas-
appelkistje laat vergelijken. Toch ontroert het me, op een complexe manier, waarbij de genoemde associaties wel degelijk
een rol spelen. Soms als ik ernaar kijk, ben ik weer negentien of twintig. Dan weer is het helemaal van nu en ‘zie’ ik er
muziek in, het lijkt grafisch, maar het heeft diepte, hoe voorzichtig het die ook openvouwt langs al die blauwe lijnen.
Het is een werk om doorheen te gaan, voorzichtig manoeuvrerend met je ziel, zodat ze niet blijft haken.
En dan een wonder te beleven.
Ine wil, geloof ik, dat het werk tegen een muur wordt gehangen. Maar misschien zou ik er ook wel mee in mijn handen willen
staan, zodat de lucht er doorheen kan bewegen, met muziek als resultaat. Niet muziek die in de tijd beweegt, en de tijd
tijdelijk mee vormgeeft, maar muziek die ruimte is en aan- of afwezig volume.

Tonie Ehlen, pianist en docent Conservatorium Maastricht

www.uitgeverijhuisclos.nl